Nieuws

De vossenlintworm is een parasiet die bij vossen voorkomt en waar mensen ernstig ziek van kunnen worden. Het RIVM heeft onderzocht waar en hoe vaak de vossenlintworm in Noordoost-Nederland voorkomt. Hiervoor zijn van oktober 2016 tot en met maart 2017 171 vossen uit de provincies Groningen en Drenthe onderzocht. Bij twee vossen is vossenlintworm aangetroffen. Beide vossen kwamen uit de provincie Groningen. Daarmee lijkt de vossenlintworm in het onderzochte gebied niet te zijn toegenomen. Wel is de vossenlintworm gevonden buiten het bekende verspreidingsgebied.

De vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) is een lintworm die vooral bij vossen voorkomt, maar ook bij honden, wasbeerhonden en soms katten. Bij besmette vossen is de lintworm aanwezig in de darm. Via de ontlasting kunnen eitjes van de vossenlintworm in de omgeving of op de vos zelf terecht komen. In Nederland is de vossenlintworm al langer bekend uit Limburg en Oost-Groningen. Mensen kunnen besmet raken met de eitjes van de vossenlintworm door bijvoorbeeld het eten van besmette wilde bosvruchten, paddenstoelen of valfruit en ook door (in)direct contact met besmette vossen. De kans dat mensen besmet raken met eitjes van de vossenlintworm en dan ziek worden is zeer klein. Als ze echter ziek worden, kan een ernstige ziekte ontstaan (alveolaire echinokokkose) die zich meestal pas na 5-15 jaar openbaart. Daarom voert het RIVM onderzoek uit naar de vossenlintworm in Nederland.

In Limburg werd in het meest recente onderzoek van 2012-2013 een sterke stijging van het voorkomen van vossenlintworm gevonden. De laatste gegevens over de vossenlintworm in Groningen dateren van 1998-2000, toen 9% van de 106 onderzochte vossen in Oost-Groningen besmet bleek met de vossenlintworm. Om de huidige verspreiding en prevalentie van de vossenlintworm in Noordoost-Nederland te bepalen, heeft het RIVM van oktober 2016 tot en met maart 2017 vossen uit de provincies Groningen en Drenthe onderzocht.

Deelnemende jagers van 39 WBE’s in het onderzoeksgebied ontvingen verzamelpakketten met materialen zodat zij veilig de vossen konden hanteren. Als zij vossen hadden geschoten, werden deze opgehaald door een koerier en naar het RIVM gebracht voor onderzoek. Op het RIVM werden de vossen minimaal drie dagen ingevroren bij -80°C, om eventueel aanwezige eieren te doden. Vervolgens werd sectie op de vossen uitgevoerd, waarbij dikke darminhoud en de dunne darm werden verzameld voor onderzoek naar de vossenlintworm. Alleen vossen geschoten van 1 oktober 2016 tot en met 31 maart 2017 werden onderzocht.

Er zijn in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 31 maart 2017 173 vossen opgestuurd naar het RIVM, waarvan 98 rekels waren en 54 vossen ouder waren dan één jaar. In totaal kwamen 93 vossen uit de provincie Drenthe, 77 vossen uit de provincie Groningen en drie vossen van een onbekende locatie (geen formulieren bijgevoegd). Van twee dieren konden geen darmen worden onderzocht, omdat deze in de buik waren geschoten. In totaal zijn van 30 van de 39 WBE’s vossen verkregen, maar van sommige WBE’s slechts een beperkt aantal.

Bij twee van de 171 geteste vossen werd de vossenlintworm gevonden. Het betrof een dier jonger dan 1 jaar en een dier ouder dan 1 jaar, beide geschoten in de maand december. De vossen waren afkomstig uit de Groningse WBE’s Westerwolde en Duurswold. De besmette vos in WBE Duurswold betekent een nieuwe waarneming van vossenlintworm buiten het bekende verspreidingsgebied. De herkomst van de onderzochte vossen en hun vossenlintwormbesmettingen, en de resultaten uit de twee voorgaande studies, zijn weergegeven in figuur 1.

De besmettingsgraad van Groningen en Drenthe samen in 2016/2017 is 1% van het aantal onderzochte vossen. Wanneer alleen naar Oost-Groningen wordt gekeken, dan is de besmettingsgraad voor dit gebied nu 3%. Dit is minder dan de besmettingsgraad in 1998-2000 (9%), maar dit verschil is niet significant. Het kan dus ook toeval zijn. Er zijn uiteindelijk minder dieren onderzocht zijn dan op voorhand was berekend. De belangrijkste reden hiervoor was waarschijnlijk het opkomen van vogelgriep in Nederland begin november, waardoor er tijdelijk een jachtverbod was.

Als in detail wordt gekeken naar de vindplaats van de vos die ten oosten van de stad Groningen is gevonden (Figuur 2), dan valt op dat deze op slechts 8 km van het centrum van de stad is gevonden, en slechts enkele kilometers van de buitenwijken. Overlap tussen het leefgebied van de vos en recreatiegebied van mensen lijkt dus waarschijnlijk. Vossen kunnen zich immers makkelijk 10 kilometer verplaatsen. Daarmee zou de vossenlintworm ook in het stedelijk gebied kunnen komen. Daarnaast valt op te merken dat ten noorden van de vindplaats het Eemskanaal loopt, wat een mogelijk verspreiding richting het westen en noorden kan vertragen. Deze vos was de enige vos die zo dicht bij de rand van de stad Groningen is onderzocht.

De verspreiding van de vossenlintworm in Groningen blijkt beperkter dan was verwacht op basis van eerdere voorspellingen. Waarom in Limburg de vossenlintworm relatief sneller wordt verspreid en de prevalentie veel meer is toegenomen dan in Groningen, is onbekend. Dit zou mogelijk te maken kunnen hebben met voedselbeschikbaarheid (andere soorten prooi), ontwikkeling van de knaagdierpopulatie als tussengastheer, ander landschap- en/of natuurbeheer, verschillen in landbouw tussen de gebieden, een ander jachtbeleid resulterend in verschillende leeftijdsopbouw van vossenpopulaties of een andere besmettingsgraad in het aangrenzende Duitsland.

Er kan worden geconcludeerd dat er een stabiele focus is in Oost-Groningen waar de vossenlintworm persistent aanwezig is. Daarnaast is er een nieuwe waarneming buiten het bekende verspreidingsgebied van de vossenlintworm in Groningen sinds 1998-2000. De besmettingsgraad is niet significant veranderd. Jagers zijn een risicogroep voor vossenlintworm en daarom is preventie van infectie belangrijk. Naast de adviezen bosfruit (zoals bramen, bosbessen), paddenstoelen e.d. goed te wassen en liefst te koken voor consumptie, is voor jagers het advies (uitwerpselen van) vossen niet met blote handen aan te raken extra relevant. Ook het aanraken van geschoten vossen vraagt om gebruik van handschoenen. Laat geen jachthonden toe tot geschoten vossen. Daarnaast raden we in het verspreidingsgebied van vossenlintworm aan honden, die ook drager van de vossenlintworm kunnen zijn, maandelijks te ontwormen met een middel dat praziquantel bevat. Dit is zeker van belang voor jachthonden en/of honden die niet-aangelijnd buiten lopen en knaagdieren kunnen eten. De dierenarts kan hier meer informatie over geven.

Dankzegging

Voor dit onderzoek is samengewerkt met de Wildbeheereenheden, Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (met name Paulien Niewold en Wim Knol) en jagers in Groningen en Drenthe om de vossen te verzamelen. Wij bedanken alle jagers hartelijk voor hun deelname. Wij bedanken ook het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht waar de secties zijn uitgevoerd, Rolf Nijsse, Paul Overgaauw en de studenten die aan het onderzoek hebben meegewerkt.

Lees meer »

De helft van de vossen in Zuid-Limburg is besmet met de gevaarlijke vossenlintworm. Via honden en katten worden ook mensen blootgesteld aan de parasiet.

Dat meldt de Telegraaf dinsdag. Tien jaar geleden was nog maar dertien procent van de vossen besmet. Bij de mens kan de worm ernstige klachten aan de lever en geelzucht veroorzaken. Ook blindheid kan voorkomen.

Gezicht likken
“Katten en honden die in contact komen met besmette prooidieren, raken zo besmet. Een huisdier kan dat heel makkelijk overdragen op mensen”, legt parasitoloog Paul Overgaauw van het European Scientific Counsel Companion Animal Parasites (kortweg ESCCAP) uit in de krant. “En iedereen die van zijn hond of kat houdt, laat zich weleens in het gezicht likken. Ook dat kan al genoeg zijn.”

Uit onderzoek dat dinsdag bekend wordt blijkt dat tien procent van de honden en katten nooit wordt ontwormd. 75 procent van de baasjes doet het wel, maar te weinig.

Ontwormen
Het RIVM houdt de verspreiding van de vossenlintworm nauwlettend in de gaten. Aangeraden wordt om huisdieren zo snel mogelijk te ontwormen na een bezoek aan landen waar de parasiet veel voorkomt, zoals Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland.

Het advies voor Overgaauw is om bij kinderen vaker de handen te wassen. “Kinderen wroeten in zandbakken die door honderden dieren als kattenbak wordt gebruikt”, zegt hij tegen de krant.

Lees meer »

D66 brengt werkbezoek aan de Jagersvereniging

In alle vroegte verzamelde de werkgroep Landbouw, Voedsel en biodiversiteit van D66 zich op vrijdag 13 oktober in vogelkijkhut ‘De Natte Hond’ van Staatsbosbeheer. Aanwezig waren, naast de werkgroep van D66, het Kamerlid met natuur, landbouw en jacht in zijn portefeuille (Tjeerd de Groot), Statenleden uit Noord-Holland en Gelderland (Claudia Weemhoff en Stan Hellegers) en afgevaardigden van WBE De Eem en de Jagersvereniging. Terwijl de natuur ontwaakte en het uitzicht over het Veluwerandmeer duizenden watervogels toonde, ging het gesprek al snel over ganzen en ganzenjacht, de maatschappelijke trend rond duurzaam voedsel en het maatschappelijk draagvlak voor de jacht.

Ganzen en draagvlak

Over het draagvlak voor jagen had de Jagersvereniging nieuws: het laatste onderzoek van Zest Marketing (maart, 2017) laat zien dat 53% van de Nederlanders vindt dat wild duurzaam mag worden benut. Net zo goed als honing, kastanjes, bessen, noten en vis. 7% is hier negatief over en 40% neutraal. Het volgende adres voor het werkbezoek was boer Arend Jacob Huijgen in Spakenburg. De schade en overlast die Arend van de ganzen ervaart is gigantisch. Dagelijks zijn de boer en de jagers op zijn land druk met het verjagen en bejagen van de ganzen. Aan de hand van een kaart liet Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging, zien dat we in Nederland te kampen hebben met een lappendeken aan regelgeving als het gaat om de bejaging van de vijf veelvoorkomende ganzensoorten (ruim 600.000 in de zomer, zo’n 2,5 miljoen stuks in de winter). Hoewel de Europese Vogelrichtlijn duurzame jacht op deze soorten voorstaat in de herfst en winter (met eventueel schadebestrijding als aanvulling) is in ons land veelal sprake van schadebestrijding in de zomer, vaak zelfs in de broedperiode.

Ganzenschade in Eemland

Het gebied waar het werkbezoek plaatsvond, de Eeempolder, is een pleisterplaats voor ganzen in de zomer en de winter. Er overwinteren bijvoorbeeld alleen al 30-40.000 ganzen, met aanzienlijke schadeposten als gevolg. In afstemming met de FBE-Utrecht, de Provincie Utrecht, het Faunafonds en LTO is in de herfst en winter van 2016- 2017 een onderzoek gehouden in Eemland naar aanleiding van het feit dat sommige bedrijven aldaar in de afgelopen jaren veel meer schade door ganzen bij het Faunafonds hebben geclaimd dan andere (Schuurmans,2017).

Van één van de bestuurders van de lokale WBE ontvingen wij dit in de vorige winter opgenomen filmpje:

 

Weidevogels, dé uitdaging voor Nederlandse natuurbeheerders

In het oude stoomgemaal in Nijkerk verzorgde ecoloog Wim Knol een presentatie over weidevogels, waarbij ook Philip Overkleeft (D66-Statenlid in Utrecht) en Jan Roodhart (boswachter van Natuurmonumenten) aanschoven. Knol bracht naar voren dat de toekomst van weidevogels in Nederland staat of valt bij een meersporenbeleid: gebieden geschikt maken voor weidevogels en het bejagen van roofdieren. Wanneer de politiek uitsluitend inzet op lange termijnbeleid en daarbij de huidige effecten van roofdieren op de weidevogels blijft negeren is het in 2026 gedaan met onze nationale vogel de grutto in Nederland, en in Europa. 80% van de Europese grutto’s broedt in Nederland.

 

Gans op het menu

Tijdens de lunch was weer een hoofdrol weggelegd voor de oer-Hollandse gans. Alle aanwezigen lieten zich de paté en confit van Utrechtse gans goed smaken. Het uitzicht over de polder Arkemheen toonde duizenden smienten, wilde eenden, zwanen, kieviten en ganzen. De dag werd afgesloten met een demonstratie van een jager die een aangereden ree moest opzoeken en een ontmoeting met een ganzenjager in het jachtveld. Tijdens de borrel in een lokaal restaurant kwamen weer de nodige culinaire verrassingen met Nederlands wild op tafel.

Lees meer »

Naar aanleiding van vragen die bij ons binnenkwamen hieronder een overzicht van de situatie voor Limburg ten aanzien van het al dan niet op zon- en feestdagen mogen gebruiken van het geweer voor Jacht, Beheer & Schadebestrijding.

Met de komst van de Wet natuurbescherming is in nieuwe ontheffingen en vrijstellingen het niet langer standaard verboden om op zon- en feestdagen beheer en schadebestrijding uit te voeren. De lopende ontheffingen / machtigingen welke nu in Limburg afgegeven zijn, bevatten echter nog wel de voorwaarde dat deze niet op zon- en feestdagen gebruikt mogen worden, TENZIJ anders vermeld in de ontheffing (dus alleen indien het in de ontheffing / machtiging expliciet is vermeld).

Nieuwe ontheffingen zullen naar verwachting geen verbod tot het gebruik van het geweer op zon- en feestdagen meer bevatten, hoewel de provincie dit wél kan toevoegen als zij dat noodzakelijk achten.

 

Overzicht gebruik geweer in Limburg voor Jacht, Beheer & Schadebestrijding per 1 november 2017:

 -A- Jacht:

Het is nog steeds verboden om in het jachtseizoen de Wildsoorten te bejagen op zon- en feestdagen op basis van het jachtrecht.

-B- Ontheffingen:

1)    Bij gebruik van de nu lopende Reewild, Damhert en Edelhert ontheffingen mogen in het geval van zieke, gewonde en kreupele dieren, of dieren die een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid vormen,deze dieren ook op zon- en feestdagen worden gedood met het geweer, al dan niet met het gebruik van kunstlicht.

2)    Bij gebruik van de nu lopende Wild Zwijn ontheffingen mogen deze dieren uitsluitend in de nachtelijke uren (dus NIET OVERDAG) op zon- en feestdagen worden gedood met het geweer, al dan niet met het gebruik van kunstlicht of nachtzichtapparatuur.

Daarnaast geldt dat in het geval van zieke, gewonde en kreupele dieren, of dieren die een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid vormen, deze dieren wel op zon- en feestdagen mogen worden gedood met het geweer, al dan niet met het gebruik van kunstlicht of nachtzichtapparatuur.

 3)    Kolganzen, Brandganzen en Grauwe Ganzen mogen met inzet van de diverse lopende ontheffingen op zon- en feestdagen met het geweer worden gedood, maar alleen binnen 1 uur voor zonsopkomst tot 1 uur na zonsondergang.

 4)    Volgens de huidige ontheffingen Vos mogen dieren op basis van de ontheffingen Vos Dijklichamen, Vos Weidevogels en Vos Hamster WEL worden gedood met het geweer op zon- en feestdagen.

Volgens de huidige ontheffingen Vos mogen dieren op basis van de ontheffingen Vos (Hobby)vee NIET worden gedood met het geweer op zon- en feestdagen.

 5)    Volgens de huidige ontheffing Konijn mogen dieren op basis van de ontheffing Konijn Gewassen NIET worden gedood met het geweer op zon- en feestdagen.

6)    Spreeuwen mogen met inzet van de huidige ontheffing niet op zon- en feestdagen worden gedood m.b.v. het geweer.

-C- Provinciale aanwijzing:

De Nijlgans & Rosse Stekelstaart mogen op basis van de lopende aanwijzing NIET op zon- en feestdagen worden geschoten.

-D-Landelijke vrijstelling:

Bij het beheer van de Landelijk Vrijgestelde soorten (Canadese Gans, Houtduif, Zwarte Kraai, Kauw, Konijn, Vos) mogen op zon- en feestdagen alleen de daartoe aangewezen middelen t.w. fret en buidel, kastval en vangkooi ingezet worden.

Lees meer »

Graag wil ik kort uw aandacht vragen voor de Multi Wildschutz Warner. Een wildreflector met inmiddels bewezen staat van dienst.

Ontwikkeld in Duitsland door ervaringsdeskundigen en in samenwerking met alle betrokken partijen zoals verzekeraars, universiteit, wegbeheerders enz. enz.

Het bestand aan reeen en wilde zwijnen neemt toe.

Verkeersongevallen gaan helaas hiermee gepaard, met alle onnodige kosten en ellende van dien.

Uit eerder onderzoek door Alterra (Universiteit Nijmegen) is gebleken dat de huidige wildreflectoren slechts voor een beperkte periode effect hebben.
Uit de overtuiging van de goede werking en de aantoonbare resultaten die de Multi Wildschutz Warner tot nog toe heeft geleverd, heb ik sinds september de import van deze wildreflector voor Nederland en België op me genomen. Een Duits product en na jaren van onderzoek bewezen doeltreffend.

Inmiddels is ook een test uitgevoerd in de Gemeente Leudal (Limburg) ter hoogte van Heibloem en Caluna. Dit naar alle tevredenheid van de betrokken partijen waaronder de gemeente. Ik wil u graag uitnodigen om de testweg eens te komen bekijken en met eigen ogen de werking van de reflector te ervaren.

 

Opbouw van de reflector.

Het bovenste gedeelte van de reflector is een halve cirkel. Dit gedeelte is bekleed met folie van de hoogst mogelijk reflectiegraad. (type 3) Door de ronde vorm ontstaat een bereik van 180° graden reflectie. De toegepaste folie levert een optimaal resultaat, is duurzaam en voorzien van micro prisma’s. Deze constructie biedt de beste reflectie-eigenschappen, zelfs bij beperkte verlichting in het wegverkeer. Doordat deze folie is voorzien van micro prisma’s wordt het licht snel “gevangen” en weer afgegeven aan de omgeving. Door de willekeurige verstrooiing van het licht, kan wild vanuit elke hoek binnen het bereik van de reflectie gewaarschuwd worden.

Basisconstructie

De basisconstructie van de Multi-Wildschutz-Warner herbergt verschillende functies. Alles is erop gericht zoveel als mogelijk licht te vangen en maximaal te reflecteren. Wild neemt de kleur blauw het meest duidelijk waar in donkere omstandigheden. De kleur blauw is in verschillende tinten zichtbaar maar als separate reflector in het geheel verwerkt.

Sterk geureffect

In het bovenste gedeelte kunt u een sponsje plaatsen. Deze spons kunt u drenken in een concentraat dat wild afschrikt. Zo ontstaat niet enkel waarschuwing door reflectie maar ook door geur. Afhankelijk van de omstandigheden ontstaat een reflectie van 180° graden alsook een geurcirkel van 360° graden. Een maximaal effect!

Micro prisma’s

Het succes van de reflector is gebaseerd op een aantal toepassingen. In tegenstelling tot bestaande systemen, waar gebruik wordt gemaakt van statisch licht, bevat elke reflector een 156-tal micro prisma’s. Achter deze micro prisma’s bevindt zich een spiegelende oppervlakte voor extra effect. Door deze micro prisma’s ontstaat verstrooiing en schrikt het wild niet alleen van het alarmerende blauwe licht maar ook de beweging. Het wild zekert langer bij waarneming van het licht maar gaat over tot vluchtgedrag van het licht af door de waarneembare beweging. Zo kan verkeer veilig passeren.

Alarmerende kleuren

De kleuren van de reflectoren vallen binnen het zichtbare lichtspectrum van het wild. Om gewenning te voorkomen zijn voor wild goed waarneembare alarmerende kleuren toegepast. Afhankelijk van de mate en de hoek van verlichting, zal elke kleur continue wisselend waarneembaar zijn. Bovendien zijn de reflectoren wisselend geplaatst in de constructie, zodat geen enkele reflector op dezelfde manier licht reflecteert.

Hoogwaardig materiaal

Gebruik van hoogwaardig materiaal draagt in sterke mate bij aan het succes van de wildreflector. De gebruikte kuststoffen zijn bestand tegen de weersomstandigheden alsook UV bestendig. Dit materiaal wordt wegens de goede kwaliteit reeds breed toegepast door onder andere verschillende autofabrikanten.

Eenvoudig te onderhouden

Het succes van reflectie is het grootst als de reflectoren goed worden schoongehouden. Al te vaak zien we reflectoren langs de weg die met groene aanslag zijn bedekt. Nadeel is bij de huidige reflectoren dat deze moeilijk zijn te onderhouden door de vorm. De Multi-Wildschut-Warner is bestand tegen stevige reiniging, agressieve schoonmaakmiddelen en is door de eenvoudige vorm ook makkelijk en snel te onderhouden.

Veiligheid

Door goede plaatsing van de reflector is uitgesloten dat overig wegverkeer nadelen ondervindt door de reflectie. Langs de weg zal de kleur blauw opvallen maar deze kleur en de reflectie is door de vorm van de reflector niet gericht op de weg. De restwaarneming is eerder een waarschuwing voor het verkeer, dat het zich in een wildrijk gebied verplaatst. De mate van de door de passant waarneembare reflectie is beperkt ten opzichte van het daadwerkelijk geprojecteerde licht en niet storend voor het wegverkeer.

Lees meer »

In dit seizoen van vallende blaadjes, stormachtige dagen, zonnig-koude boswandelingen en knusse avonden bij knappende haardvuren krijgt heel Nederland er weer zin in: het traditionele wildseizoen begint! Vanaf half oktober tot eind januari hebben talloze wildrestaurants weer diverse smakelijke en bijzondere wildgerechten op het menu staan. Van culinaire uitspattingen tot gouden klassiekers en van copieuze zoveel-gangenmenu’s tot voedzame waidmannskost, er is voor ieder wat wil(d)s.

Er zijn diverse lokale initiatieven om het eten van Nederlands wild te promoten. Wild eten in de Achterhoek heeft bijvoorbeeld een mooie brochure met daarin 21 regionale restaurants en hun wildarrangementen.

Natuurlijk vindt u de lekkerste wildrestaurants ook op ons landelijk overzicht Wild op de Kaart. Het zijn inmiddels al 206 adressen waar u kunt genieten van lokaal geschoten wild.

Lees meer »

Amersfoort – Met ingang van 4 oktober 2017 mogen lokmiddelen voor het bejagen van de soorten op de landelijke vrijstellingslijst weer gebruikt worden. Het ministerie van Economische Zaken maakte dat vandaag bekend. Op 16 augustus jongstleden liet het ministerie aan de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging nog weten dat de teksten van de nieuwe Wet natuurbescherming geïnterpreteerd moesten worden als totaalverbod. De Jagersvereniging stelde haar leden per ommegaande op de hoogte en drong aan op reparatie. Het nieuws wekte de nodige beroering onder jagers, fruittelers, boeren en politici. Vanaf morgen is het gebruik van lokmiddelen weer toegestaan.

Zoals de Jagersvereniging vanaf het begin van de ontwikkeling van de nieuwe Wet natuurbescherming heeft aangegeven, zat er – voor wat betreft het gebruik van lokmiddelen – een verschil in de teksten die in de Wet waren opgenomen en de uitleg in het bijbehorende Besluit. Dat dit uiteindelijk resulteerde in een totaalverbod leidde onder meer tot Kamervragen van zowel VVD als SGP. In de beantwoording zegde de staatssecretaris een aanpassing van de Regeling toe. En wel ‘zo snel mogelijk’.

Het ministerie maakte zojuist bekend de Regeling aangepast te hebben, waardoor vanaf woensdag 4 oktober 2017 lokmiddelen, te weten: lokvogels (niet-levend), lokfluiten (akoestisch) en lokvoer, weer gebruikt mogen worden voor bejaging van soorten op de landelijke vrijstellingslijst. Op de landelijke vrijstellingslijst staan soorten die door de ontwikkeling van aantallen een zodanige impact hebben op andere belangen dat ze in principe jaarrond bejaagd mogen worden. Het gaat om de soorten: Canadese gans, kraai, kauw, houtduif, vos en konijn. Om efficient en weidelijk deze soorten te kunnen bejagen zijn lokmiddelen onontbeerlijk.

Laurens Hoedemaker, directeur: gebruik van lokmiddelen is essentieel
 De Jagersvereniging is blij met de aanpassing. Directeur Laurens Hoedemaker: ‘Jagers in Nederland leveren een belangrijke bijdrage aan de maatschappij. Zo helpen zij bijvoorbeeld boeren en fruittelers in het voorkomen van schade aan hun gewassen waardoor er minder schadeuitkeringen plaatsvinden en dragen zij – door het bejagen van predatoren – bij aan het broedsucces van weidevogels. Jagers moeten de bejaging van deze soorten wel op een goede manier kunnen uitvoeren. Het gebruik van lokmiddelen is daarbij essentieel. Wij zijn blij dat door deze aanpassing in de Regeling het gebruik van lokmiddelen nu weer mogelijk is. Maar we merken tegelijkertijd op dat de definitieve reparatie ook nog in het Besluit moet plaatsvinden.’

Lees meer »

‘Bedankt voor het wachten. U spreekt met Janneke Eigeman. … Ik begreep dat u wilt weten of ik namens de Jagersvereniging reactie kan geven op het bericht dat donderdagmiddag is uitgegaan naar onze leden. Over het totaalverbod op lokmiddelen… Ja, dat kan. Vertel… waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘Ja, het klopt dat jagers niet meer gebruik mogen maken van manieren om dieren te lokken, zodat ze kunnen worden geschoten. Althans. Dat klopt voor de bejaging van de zes diersoorten op de landelijke vrijstellingslijst. Daarvoor mogen jagers niet meer gebruik maken van lokmiddelen om de dieren dichterbij te krijgen, zoals plastic lokvogels of lokfluiten die het geluid van een dier nabootsten.’

‘Wat die soorten zo bijzonder maakt dat ze op de landelijke vrijstellingslijst staan, bedoelt u? Nou, eigenlijk is het omgekeerde het geval. Vrijstelling is in deze ook niet echt bedoeld in de zin dat ze vrij zijn gesteld van bejaging. Voor deze soorten geldt dat de jager ze jaarrond mag schieten met weinig restricties.’

‘Ja, verwarrende term inderdaad. Maar zo staat het in de wet. Het gaat hierbij om zes diersoorten waarvan de aantallen zo groot zijn dat ze negatieve impact hebben op andere belangen. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld de kraai die in een jaar of dertig in aantal is verdrievoudigd. Kraaien pikken in deze tijd aan rijp fruit, mais, en in het voorjaar verschalken ze de eieren en kuikens van weidevogels. De overheid heeft deze soorten dan ook niet voor niets op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst.’

‘U wilt weten of het hier ook om belangen gaat die de overheid rechtstreeks aangaan? … Tja, dat kunt u wel stellen. In 2013 becijferde CLM dat alleen al kraaien en kauwen, deze laatste staat ook op de vrijstellingslijst, voor € 13,7 miljoen aan schade aan landbouwgewassen aanrichtten. De provincie vergoedt de boeren jaarlijks voor geleden schade aan gewassen door wilde dieren. En ja, vergeet ook niet de enorme bedragen die er jaarlijks naar subsidie voor bescherming van weidevogels gaan.’

‘Of de boeren nu ruimschoots vergoed worden voor de toekomstige schade aan gewassen? Nu de lokmiddelen door de overheid verboden worden? … Nou, dat valt maar te bezien. Kijk, de soorten mogen – theoretisch gezien – wel geschoten worden. Dus het is maar de vraag of de provincies hiervoor gaan vergoeden. Trouwens, een ander belang van de overheid is de vliegveiligheid rond vliegvelden. Rond Schiphol heeft het ministerie van I & M dit voorjaar nog aan de jagers ter plaatse gevraagd om extra inzet te leveren bij de bejaging van ganzen. Als zelfs een kip al een motor van een vliegtuig ernstig kan beschadigen, wat is dan het effect van de Canadese gans, ook een soort die op de vrijstellingslijst staat?’

‘Wilt u zeggen dat het raar is dat het ene ministerie jagers oproept om de ganzen rond Schiphol te bejagen en dat het andere ministerie de middelen verbiedt om dat goed te doen? Ja, zo zou u dat kunnen uitleggen inderdaad. Het is hetzelfde als dat de overheid een beroep doet op de inzet van vrijwillige brandweermensen maar tegelijk het gebruik van een brandslang verbiedt.’

‘Oh, wel belangrijk om in deze te melden: de jager mag wel weer lokvogels en lokfluiten gebruiken voor het bejagen van de grauwe gans, een andere ganzensoort. Want voor deze soort geldt dan weer weer de provinciale ontheffing.’

‘Ja, ik snap dat dat wat verwarrend is. Maar de ene ganzensoort valt onder de regie van het Rijk en de andere soort onder die van de provincie. Oh, trouwens. In de provincie Utrecht mag de Canadese gans wél weer bejaagd worden met lokvogels en lokfluiten, omdat …. Oh, ok. Dan laten we dat erbuiten. Oh, trouwens. Wel relevant in deze: de houtduif mag deze periode ook niet met lokvogels worden bejaagd. Maar vanaf 15 oktober weer wel.’

‘Of het dan om andere houtduiven gaat, bedoelt u? … Nee, hahaha. Het zijn dezelfde houtduiven. Alleen staat de houtduif nu op de beruchte vrijstellingslijst en vanaf 15 oktober op de wildlijst. Deze duivensoort valt vanaf die tijd onder de jacht. Net als de wilde eend, die vanaf eergisteren met lokvogels bejaagd mag worden.’

‘Dat het wel veel lijstjes zijn die de jager moet onthouden? … Ja, dat kunt u wel zeggen. Dan hebben we het nog niet over de Nijlgans gehad. Die staat sinds kort op de Unielijst van … Oh, ja, ik begrijp dat het misschien wel een beetje teveel wordt. De vos is trouwens nog een andere diersoort die in dit rijtje van de landelijke vrijstellingssoorten past. De vos is vandaag de dag immers één van de grootste predatoren in ons land van weidevogels. En nu hebben onze leden vragen of ze wel lokaas in een vossenvangkooi…’

‘Oh, u bedoelt dat deze informatie voor u voldoende is? Ja, ik kan me er iets bij voorstellen. Ik hoop wel dat de uitleg u meer duidelijkheid heeft kunnen verschaffen. Ik wilde trouwens ook nog zeggen dat…’

‘Mevrouw Van Vliet…?’

‘Mevrouw Van Vliet, bent u daar nog?’

N.B. Het gesprek met mevrouw Van Vliet heeft niet plaatsgevonden. De inhoud van het telefoongesprek berust op de waarheid.

 

Bron: https://www.jagersvereniging.nl/mevrouw-van-vliet-bent-daar-nog/

Lees meer »

Directeur perplex over ‘ambtelijke uitglijder’

 

Bij de invoering van de Wet Natuurbescherming op 1 januari 2017 is een passage opgenomen waarin het gebruik van lokgeluiden en lokvogels bij de bejaging van soorten op de landelijke vrijstellingslijst niet langer is toegestaan [Art. 3.4a Regeling Natuurbescherming]. Omdat het gebruik van deze lokmiddelen essentieel is om soorten op de landelijke vrijstellingslijst op een goede manier te bejagen, kaartte directeur Laurens Hoedemaker deze kwestie aan op hoog niveau bij het ministerie van Economische Zaken. Dit gesprek vond 16 augustus jongstleden plaats. Het ministerie geeft aan dat de passage gelezen kan worden als een totaalverbod op het gebruik van lokmiddelen bij de bejaging van vos, houtduif, konijn, Canadese gans, kauw en kraai. Ook gaf men aan dit niet op korte termijn te zullen repareren.

De landelijke vrijstellingslijst is een lijst met diersoorten die het Rijk samenstelt. Op deze lijst staan die soorten waarvan de aantallen zodanig zijn dat de soorten negatieve impact hebben op andere belangen. Jagers mogen deze soorten in principe jaarrond bejagen. Om deze soorten netjes te bejagen maken jagers gebruik van diverse lokmiddelen. Daarbij moet worden gedacht aan plastic kraaien, kauwen, houtduiven en ganzen maar ook aan lokfluiten die het geluid van een dier nabootsen. Deze lokmiddelen zorgen ervoor dat jagers effectief landbouwschade kunnen voorkomen en bestrijden en weidevogels kunnen beschermen. Landbouwpercelen zijn doorgaans immers groter dan de reikwijdte van een hagelgeweer. Lokmiddelen zijn essentieel om enerzijds het dier zo dichtbij te krijgen dat de jager er zeker van kan zijn dat het om het juiste dier gaat en anderzijds om het dier goed binnen schootsafstand te krijgen. De weidelijkheidsregels van de jagers schrijven immers voor dat de jager alleen een schot kan lossen als hij zeker weet dat hij het juiste dier goed treft.

Het is in het direct belang van de overheid dat deze beschermingsjacht goed kan worden uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de vele duizenden hectares maïs en fruit die op dit moment beginnen af te rijpen, waar kraaien en kauwen ieder jaar behoorlijke schade in kunnen veroorzaken.

 

   

Directeur Jagersvereniging: ‘Bejaging ten behoeve van bescherming weidevogels en gewassen ernstig onder druk’

De Jagersvereniging is perplex dat door een ambtelijke fout de jagers de nodige hulpmiddelen uit handen genomen worden. Deze inperking van hulpmiddelen is in strijd met uitspraken van staatssecretaris Van Dam, die aangaf op dit punt nauw te willen blijven aansluiten bij de Europese Vogelrichtlijn en de Flora- en faunawet. Hoedemaker: ‘Met de bejaging van de soorten op de landelijke vrijstellingslijst voorkomen jagers schade aan gewassen en verminderen ze de impact van predatie op weidevogels, korenwolf en andere bedreigde diersoorten. Het is in het direct belang van de overheid dat deze beschermingsjacht goed kan worden uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de vele duizenden hectares maïs en fruit die op dit moment beginnen af te rijpen, waar kraaien en kauwen ieder jaar behoorlijke schade in kunnen veroorzaken. Er gaat erg veel belastinggeld naar schadevergoedingen voor boeren en de bescherming van weidevogels. Door jagers deze middelen nu te ontzeggen komt de bescherming van gewassen en weidevogels door middel van bejaging onder druk. De vrijwillige inzet die jagers hiervoor leveren, is enorm. Niet alleen het feit dat betrokken ministerie deze passage in de Regeling Natuurbescherming foutief heeft geformuleerd, maar dat men vervolgens ook niet bereid is om de uitvoerder van haar eigen wetgeving op korte termijn weer de juiste middelen te verschaffen, zie ik als een uitglijder van formaat.’

Vervolg

Later dit jaar volgt een aanpassing van de Regeling Natuurbescherming. Het ministerie heeft de Jagersvereniging laten weten dat pas dan een moment is waarop bezien kan worden hoe de passage aangepast kan worden. Omdat de Jagersvereniging wil voorkomen dat haar leden het risico lopen bestraft te worden, waarschuwt zij haar leden om voorlopig geen lokmiddelen meer te gebruiken bij de beschermingsjacht onder de landelijke vrijstellingsregeling. Bij de jacht op de wilde eend – welke onder het jachtregime valt – mag overigens wel gebruik gemaakt worden van lokfluitjes en kunststof lokkers. De Jagersvereniging zal zich blijven inspannen om de Regeling op korte termijn aan te laten passen.

 

Bron:https://www.jagersvereniging.nl/jagersvereniging-waarschuwt-leden-totaalverbod-op-gebruik-lokmiddelen-landelijke-vrijstelling/

Lees meer »

‘Dit had mijn dood kunnen zijn’ – De Limburger

Sabotage. De 66-jarige jager Mart Triepels uit Kelpen raakte een maand geleden zwaargewond toen hij bij de jacht op wilde zwijnen van een hoogzit viel. Er was sprake van opzet, concludeerde de politie, die naarstig op zoek is naar de dader(s). Jagers maken vaak gebruik van uitkijktorens om het wild beter te kunnen zien. In Nederweert-Eind werd een mobiele hoogzit van vier meter hoogte gebruikt.

Mart Triepels hield er een van onder tot boven gebroken bekken aan over. Daar is hij nog zeker vijf maanden zoet mee. De jager uit Kelpen kukelde 13 juli om vijf uur in de nog donkere ochtend van een hoogzit naar beneden. De vier meter hoge stellage stond in een maïsveld aan de Visdijk in Nederweert-Eind. Het stoeltje bovenop bleek te zijn losgemaakt, waardoor Triepels achterover naar beneden viel toen hij ging zitten. „Ik had mijn nek kunnen breken en dood kunnen zijn.”

Jagers: sabotage hoogzit ‘stuitend’

Dat een hoogzit of jachthut vernield wordt, komt wel eens voor, weet Janneke Eigeman, woordvoerster van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Hutten worden omver geduwd of sporten van ladders worden doorgezaagd zodat de jager valt als hij erop gaat staan. Dat daarbij ook nog mensen gewond raken, zoals in Nederweert-Eind, vindt ze „stuitend”. Volgens Eigeman maken jagers gebruik van hoogzitten vanwege de veiligheid. „Ze kunnen het wild, in dit geval wilde zwijnen, beter zien. En in geval van uitschot (misschieten, red.), wordt de kogel meteen in de grond opgevangen, zodat hij niemand kan verwonden.” Eigeman durft niet te speculeren over wie er achter de sabotage in Nederweert-Eind zit. „Maar wie het ook is geweest, iedereen moet sowieso van andermans spullen afblijven.”.

Groenfront

Milieuactiegroep GroenFront, die vaak in verband wordt gebracht met vernielingen aan jachthutten, distantieert zich met klem van de sabotage in Nederweert-Eind. „We hebben wel eens een kaart gemaakt, waar jachthutten in Nederland op staan”, zegt Peter Polder van GroenFront. „We zijn tegen de jacht en vinden het niet erg als hutten omgeduwd worden. Maar we adviseren altijd extreem voorzichtig te zijn bij vernielingen, zodat zich geen persoonlijke ongelukken kunnen voordoen. Zo’n sabotageactie als in Nederweert-Eind keuren we dan ook ten zeerste af.”

Zwijnen

Op verzoek van bevriende jagers van vereniging St.-Gerardus Majella uit Nederweert-Eind was Triepels die ochtend naar de Visdijk gegaan. Een boer had bij de jagers geklaagd over groepen wilde zwijnen die zijn tarweveld vernielden. Als wilde zwijnen zich buiten hun leefgebieden, zoals bijvoorbeeld de Meinweg, bevinden, mogen ze afgeschoten worden. „Mart, een goede vriend van mij, wilde ons helpen om de dieren af te schieten”, vertelt Henk Verheijen, voorzitter van St.-Gerardus Majella. „Niet alleen vanwege de vernielingen, maar ook omdat dorpsfeest Festeynder voor de deur stond en de zwijnen de bebouwde kom van Eind erg dicht waren genaderd. Dat had gevaarlijke situaties op kunnen leveren.”

Triepels zette een dag van tevoren een mobiele hoogzit in het maïsveld naast de akker met tarwe. De hoogzit werd afgesteld voor een goed schootsveld en voor alle zekerheid nog eens nagekeken en getest op zijn veiligheid. Verheijen: „Ik ken Mart, hij is ongelooflijk voorzichtig met dit soort dingen.”

Scheur

Toen Triepels echter de volgende morgen in alle vroegte naar boven klom en ging zitten, kiepte hij meteen achterover. De broer van Henk Verheijen, die hem begeleidde, belde het alarmnummer. Brandweer en ziekenauto snelden toe. Triepels leed veel pijn. In het ziekenhuis bleek dat zijn bekken door de val een flinke scheur had opgelopen.

„Het was ontzettend pijnlijk, dat wil ik niet nog een keer overdoen”, zegt Triepels. „Maar het had nóg erger kunnen zijn. Ik had een dwarslaesie kunnen hebben of mijn nek kunnen breken. Volgens de artsen duurt het nog zeker vijf maanden voor mijn bekken geheeld is. Of ik blijvend letsel heb, moet nog blijken.”
Volgens de artsen duurt het nog zeker vijf maanden voor mijn bekken geheeld is. Of ik blijvend letsel heb, moet nog blijken.

Voor Triepels staat het als een paal boven water dat zijn hoogzit is gesaboteerd. „Maar of het dierenactivisten zijn geweest of iemand die iets tegen de jacht heeft, kun je natuurlijk niet zeggen.”

Henk Verheijen kan zich niemand uit de buurt voorstellen die zoiets zou doen. „Ik ben zelf danig ondersteboven van wat er gebeurd is”, zegt hij. „Ik slaap er slecht van. Mart kwam hier om ons te helpen en dan overkomt hem zoiets.”
Een politiewoordvoerder geeft aan dat het onderzoek nog steeds loopt. „Het klopt dat wij uitgaan van opzet”, zegt hij.

Lees het volledige artikel in Dagblad De Limburger via Blendle

Blendle.nl
Lees meer »